‘Wat is christendemocratie?’ Jij weet het antwoord misschien niet op de vraag. Of je wilt gewoon graag meer weten. Op deze pagina vind je de belangrijkste stellingen en begrippen die de christendemocratie vormgeven. Ze vormen de rode draad doorheen onze werking.

Begrijp jij er alles van? Klik hier om je kennis te testen met onze quiz!

          We zien de mens in verbondenheid ofwel als ‘gemeenschapswezen’ Vertel me meer

    Zoals een goede ideologie betaamt, vertrekt de christendemocratie vanuit een mens- en wereldbeschouwing. Onze basis daarvoor is hoe het christendom naar de mens kijkt. Enerzijds zijn mensen waardevolle individuen met onvervreemdbare rechten. Anderzijds kunnen we ons potentieel pas realiseren door samen te leven met anderen. Ofwel: de mens is een gemeenschapswezen. Deze visie overstijgt de twee andere bekende ideologieën uit onze moderne geschiedenis. Ten eerste, bekijkt het (neo-)liberalisme de mens als een wezen dat zijn of haar eigen geluk moet nastreven, indien nodig zelfs ten koste van anderen. Op die manier laat ze solidariteit en verantwoordelijkheid vallen. Ten tweede, stelt het socialisme dat de mens zich ondergeschikt moet maken aan de groep; zo miskent ze de individuele waardigheid. De elementen die de twee ideologieën niet opnemen vormen de basis van ons personalistisch mensbeeld.

    In een gemeenschap bestaat er een persoonlijke, directe ontmoeting tussen mensen. Denk bijvoorbeeld aan jouw gezin, je vriendenkring of de buurt waarin je woont.

    Het personalisme is een filosofie die stelt dat de mens uniek is, maar enkel tot ontplooiing kan komen in een gemeenschap. Het personalistisch mensbeeld houdt in dat de mens een uniek, relationeel en ook spiritueel wezen is. Een ‘uniek wezen’ houdt in dat christendemocraten iedere persoon accepteert zoals hij of zij is, inclusief sterktes, zwakheden en limieten. Met een ‘relationeel wezen’ bedoelen we dat we geen asociale wezens zijn. We zullen altijd in relatie staan met anderen én we kunnen pas onszelf zijn door relaties te hebben. Als laatste is de mens ook een ‘spiritueel wezen’. Dit betekent dat er meer is dan het streven en vervullen van materiële verlangen. De zin van het leven vindt de mens in wat het hier en nu overstijgt. Waarschijnlijk denk je aan het lezen van voorgaande zin aan de ‘hemel’, dat kan, maar hoeft niet. Je kan zin geven door bepaalde waarden en idealen als overstijgend te beschouwen. Personalisme houdt ook in dat elk mens waarde heeft. Gewoon door mens te zijn.

    ‘Een waardigheid die niet afhangt van je job, je geld of het aantal diploma’s dat je hebt, maar die je verdient door het loutere feit een mens te zijn.’ – Wouter Beke in De revolutie van de redelijkheid

    Een voorman in het personalisme is de Franse filosoof Emmanuel Mounier. Zijn visie heeft hij neergeschreven in de Manifeste au service du personnalisme (1936) en Le personnalisme (1949).

    De filosoof Isaiah Berlin onderscheidde in zijn werk Two concepts of Liberty twee interpretaties van vrijheid: de negatieve zin en de positieve zin. De vrijheid in negatieve zin houdt verband met bevrijding; het betekent dat anderen je niet in de weg staan. Christendemocraten zijn aanhangers van vrijheid in positieve zin. Dit is de vrijheid om je eigen roeping in het leven te ontdekken en te realiseren door en voor de gemeenschap; zelfontplooiing dus. We moeten eerlijk zijn, positieve vrijheid is moeilijk wanneer negatieve vrijheid ontbreekt. Maar aan de andere kant is negatieve vrijheid weinig zinvol wanneer positieve vrijheid niet wordt nagestreefd.

    Verantwoordelijkheid is erg belangrijk voor christendemocraten. Ieder mens kan streven naar welvaart en persoonlijk geluk, maar moet hierbij rekening houden met de anderen in de samenleving. Opnieuw speelt het idee van de mens als gemeenschapswezen. Aangezien we niet een hoopje individuen op een aardbol zijn, moeten we ons verantwoordelijk gedragen ten opzichte van onszelf en anderen.

    In de samentrekking christendemocratie, lees je al ‘democratie’. Het zou dus bizar zijn om een ander politiek systeem te steunen. We erkennen de liberale of constitutionele democratie als het enige legitieme politieke systeem omwille van twee redenen. Een eerste reden is dat de christendemocratische principes – volgens ons – enkel in een democratie vorm kunnen krijgen. We kiezen voor een parlementaire vertegenwoordiging waarbij er geen dictatuur van de meerderheid kan ontstaan en de onvervreemdbare rechten van ieder mens worden beschermd. Hier tegenover staat het absolutisme. De tweede reden om te kiezen voor democratie is omdat het radicale, grootste, plotse veranderingen afremt. We vinden deze veranderingen niet duurzaam en kiezen liever voor een stapsgewijze en gestage vooruitgang. Of om het met de woorden van de voormalige voorzitter van de Europese Raad te zeggen:

    ‘Het belangrijkste is de richting aan te houden. Dat geeft ook stabiliteit en houvast, zo nodig in tijden van crisis, van onzekerheid en angst. Die rustige vastheid wil de regering bieden.’ – Herman Van Rompuy.

    We geloven in een ondersteunende overheid ofwel ‘anti-étatisme’ Vertel me meer

    Anti-étatisme hangt nauw samen met het idee van subsidiariteit. Het is de de afwijzing van het idee dat de overheid de samenleving in belangrijke persoonlijke, sociale of economische zaken moet sturen. De christendemocratie heeft niet graag dat de overheid sterk in de samenleving ingrijpt. De initiatieven die individuen en gemeenschappen opzetten primeren boven een hogere autoriteit. Daarom kan je stellen dat christendemocraten het middenveld ook erg belangrijk vinden. Het is een plaats waar mensen samenkomen, zichzelf ontplooien en verantwoordelijkheid leren ten opzichte van de andere.

    We vinden dat religie haar plek in de samenleving moet hebben Vertel me meer

    Wij vinden dat religie haar plek in de samenleving moet hebben en niet resoluut tot de privésfeer verbannen kan worden. Deze stelling vloeit voort uit onze christelijke normen en waarden. Christendemocraten zijn op het politieke toneel de belangrijkste verdedigers van de christelijke waarden en normen en strijden tegen een doorgedreven seculier denken. Daarnaast, als we teruggrijpen naar ons personalistisch denkbeeld, moeten we deze stelling wel verdedigen als je stelt dat mensen spirituele wezens zijn.

    Zijn christendemocraten katholieken? 

    De band tussen christendemocratie en de Katholieke Kerk is één van vriendschap en wederzijdse beïnvloeding. We delen heel wat waarden met het katholicisme, zoals de speciale status van familie en gezin, de verantwoordelijkheid naar zwakkeren toe, de bescherming van het ongeboren kind en zo verder. Dit houdt niet in dat christendemocraten per definitie katholiek zijn. We beschouwen de samenleving niet als een goddelijke creatie in se, maar zijn wel fervente verdedigers van het waardensysteem.

    Zijn christendemocraten gelovig?

    Het antwoord hier op is: ‘niet per se’. Er zijn heel wat christendemocraten die zingeving elders zoeken dan in het christendom of de Katholieke Kerk. Je moet daarom niet geloven in een goddelijkheid om een christendemocraat te zijn. De meeste christendemocraten zijn wel spiritueel, het gaat dan om op een niet-georganiseerde manier aan de slag te gaan met het bovennatuurlijke. Steeds meer betekent ‘spiritueel zijn’ een persoonlijke beleving met meer openheid voor nieuwe ideeën en invloeden dan de gevestigde religies.

    We hebben eerbied voor wat ons gegeven is ofwel ‘rentmeesterschap’ Vertel me meer

    Christendemocraten worden gekenmerkt door een sterk geloof in de mens en zijn creativiteit, maar we zijn niet blind voor de eindigheid van ons bestaan. Het idee van rentmeesterschap is dat wij de wereld in al haar facetten ‘te leen’ hebben gekregen. Als je iets leent, dan zorg je ervoor dat je het in z’n oorspronkelijke staat, of beter, kan teruggeven. Het is onze plicht om onze aarde volgens dat idee door te geven aan degenen die na ons komen (ofwel, intergenerationele solidariteit).

    Het idee van rentmeesterschap is vandaag brandend actueel gezien de ecologische uitdagingen waarmee de wereld kampt. De huidige Paus Franciscus schreef er zelfs een encycliek over waarin hij het idee promoot. Laudato Si is een oproep aan alle mensen van goede wil om met respect en eerbied om te gaan met de aarde en de armen. Het idee kan niet alleen worden toegepast op het milieu en klimaat, maar ook op het overheidsbeleid. Zo zou de begroting gebaat zijn bij meer rentmeesterschap.

    We willen opkomen voor de zwakkeren ofwel ‘solidariteit’ Vertel me meer

    Solidariteit kan je het best samenvatten door te stellen dat de sterksten moeten opkomen voor de zwaksten. Wanneer iemand niet in staat is om te werken omdat ze bijvoorbeeld ziek zijn, zwanger zijn, een beperking hebben… moeten we met hun solidair zijn en de verantwoordelijkheid nemen om deze personen te ondersteunen. Vandaag is dit idee erg geïnstitutionaliseerd via onze sociale zekerheid. Let wel op, want deze solidariteit is niet oneindig, in tegenstelling tot wat andere ideologieën voorschrijven. Het verhaal is tweeledig. Aan de ene kant willen christendemocraten de basisvoorwaarden voor een waardig leven, ongeacht inkomen of situatie, waarborgen. Aan de andere kant hebben personen die hulp ontvangen de verantwoordelijkheid om initiatief te nemen zodat ze niet afhankelijk worden van de solidariteit.

    Nog voor de institutionalisering bracht Paus Leo XIII het Rerum Novarum (1891) uit. De encycliek formuleert een aantal uitgangspunten van de sociale leer van de Katholieke kerk, waaronder een rechtvaardig loon en solidariteit met de zwakkeren. Om dit de verwezelijken is het overheidsingrijpen en het bestaan van vakbonden nodig.

    We staan graag dicht bij de mensen ofwel ‘subsidiariteit’ Vertel me meer

    Het idee van subsidiariteit vormt een belangrijke kernwaarde. Het is een belangrijk begrip voor onze visie op hoe een staat of overheid er moet uitzien. De ethymologische roots van het begrip ligt in het Latijn, namelijk ‘subsidium’. Dit kunnen we vertalen als ‘substituut’ of ‘vervanger’. De kleinere eenheden in de gemeenschap, zoals gezinnen, gemeenschappen, steden en gemeenten zijn de belangrijkste actoren van het sociale leven. Zij moeten zoveel mogelijk ruimte krijgen om dingen zelf te regelen. Elke hogere overheid moet zich teruggetrokken opstellen en enkel ingrijpen wanneer deze kleinere eenheden niet langer in staat zijn hun taken zelfstandig te organiseren. Volgens dit principe is de rol van de staat ondergeschikt aan deze natuurlijke en kleinere sociale eenheden.

    Dit begrip vind je terug in de encycliek Quadragesimo Anno dat werd geschreven door Pius XI in 1931:

    “Nochtans blijft dat zeer belangrijke beginsel, dat niet afgeschaft of veranderd kan worden, vaststaan in het sociale denken: evengoed als het een ernstige fout is om hetgeen individuen door hun eigen initiatief en nijverheid kunnen bereiken van hen af te nemen om het aan de gemeenschap te geven, zo is het ook onterecht en gelijkertijd een ernstig kwaad en aantasting van de juiste orde om aan een groter en hoger verband te geven wat een lager en ondergeschikte organisatie kan doen”.